Peerreview succes bij kunstvakdocentenopleidingen

‘Een zuivere, gelijkwaardige dialoog, zo anders dan bij een visitatie’

Het afgelopen jaar hebben tachtig docenten van 28 kunstvakdocentenopleidingen deelgenomen aan onderlinge peerreviews. Wat sommigen zagen als een 'verplicht nummer' werd een opvallend succes: zowel opleidingen als deelnemende docenten zijn laaiend enthousiast. ‘Zeer inspirerend’, ‘buitengewoon leerzaam’, ‘frisse blik’, ‘nieuwe gedachten’ – de meerwaarde van de collegiale consultatie met collega’s van andere opleidingen staat buiten kijf. Wat is het geheim achter dit project?

Tekst: Eva van der Molen

10voordeleraar

In Nederland zijn 29 kunstvakdocentenopleidingen, vertegenwoordigd in het landelijk overleg van de kunstvakdocentenopleiding (KVDO). Zoals alle docentenopleidingen kregen zij in 2014 te maken met 10voordeleraar, een programma van de Vereniging Hogescholen. 10voordeleraar richt zich, naar aanleiding van een afspraak tussen de hogescholen en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, op het versterken van de kenniscomponent van de lerarenopleidingen. 10voordeleraar is onder meer regievoerder van het project Implementatie en herijking kennisbasis. In het kader van dit project moeten docentenopleidingen onderling, met behulp van peerreview, periodiek gaan toetsen in hoeverre zij hun collectieve kennisbasis implementeren, en parallel daaraan, de kennisbasis actueel houden. 

Hobbels

De grondgedachte achter de afspraak is het ‘kennisprobleem’ zoals dat bijvoorbeeld bij de pabo’s de laatste jaren met betrekking tot rekenen en taal aan de orde is gesteld. Maar is dat zo direct herkenbaar bij de kunstvakdocentenopleidingen? Stel je een vak als Docent Dans voor, met zijn sterke accent op ‘doen’. Denk aan het feit dat er, in tegenstelling tot andere docentenopleidingen, wordt geselecteerd aan de poort: een student Docent Muziek heeft al behoorlijk veel kennis van muziek op het moment dat hij aangenomen wordt. En denk aan de prima accreditatierapporten die de meeste kunstvakdocentenopleidingen ontvangen. Hoezo hebben zij een kennisprobleem? 

Dan de methodiek: 10voordeleraar schreef, uit de aard der zaak, een methodiek voor die geheel op de kennisbasis was gericht. Om dat format toe te passen op de geïntegreerde, competentiegerichte curricula van het kunsten-hbo vergde een stevige en niet a priori zinvolle vertaalslag. Gaan we elkaar onze cakes laten beoordelen door het meel er uit te trekken? Zacht gezegd was de werkvloer weinig enthousiast. 

Tegelijkertijd bood het project een heel waardevolle kans. Het (gesubsidieerde) project stelde de deelnemers  in de gelegenheid om te doen wat bijna elke professional aantrekkelijk en leerzaam vindt en waar hij uit tijdgebrek bijna nooit aan toe komt: collegiale consultatie. Samen leren.

Pilot Docent Muziek

Als projectleider met een achtergrond als kunstvakonderwijsbestuurder werd ik gevraagd aan de slag te gaan met, als eerste, een pilot bij de negen opleidingen Docent Muziek. De opleidingshoofden hadden al een goede onderlinge verstandhouding; heel belangrijk als je elkaar een kijkje in de eigen keuken moet gunnen. Allereerst bespraken we de zorgen. Hoe zat het met vertrouwelijkheid van wat peers onderling zouden bespreken, en de verhouding tot het accreditatieproces? Zouden de opleidingen geen eenheidsworst worden als ze door de jaren heen hun fijne kneepjes uitwisselden? Welke plaats had de student eigenlijk in dit proces? We stelden vast dat we niet geloofden in een paradigma van ‘afvinken’ maar in wederzijdse kritische bevraging en advisering. We maakten afspraken over ‘huwelijkse voorwaarden’ voor de samenwerking. En we vroegen en kregen een privacy-statement van 10voordeleraar voor hun verplicht te gebruiken ict-omgeving. Bij elke hobbel met betrekking tot het ‘wat en hoe’ gingen we terug naar het ‘waartoe’ dat ons verbond: het verlangen om samen te leren en de kwaliteit van de opleidingen nog verder te ontwikkelen. 

De pilot vond plaats op het Utrechts Conservatorium in november 2014. In een vissenkom-opstelling (een binnencirkel en een buitencirkel) observeerden zes studieleiders drie andere, die samen met enkele Utrechtse docenten de allereerste peerreview-sessie van onze sector uitvoerden. In de gezamenlijke evaluatie stelden we vast dat de focus op de kennisbasis eerder belemmerde dan stimuleerde. Maar ondanks die methodiek waren zowel de gereviewde opleiding als de peers laaiend enthousiast over de intensiteit en opbrengst van de dialoog. Zoals een docente het samenvatte: ‘Een zuivere, gelijkwaardige, inspirerende dialoog, totaal anders dan bij een visitatie.’ 

Vervolgpilots

Deze ‘best practice’ was kort daarna heel waardevol bij de start van Docent Dans, Docent Theater en Docent Beeldende Kunst en Vormgeving. Ook bij deze drie peerreview-groepen werd tijd genomen om zorgen serieus te nemen en (nog meer) te werken aan vertrouwen. Vanwege de verschillende karakters van de disciplines, maar vooral om ook hier eigenaarschap te creëren, werd het format van Docent Muziek niet klakkeloos overgenomen maar werden in iedere groep aparte pilots uitgevoerd. Ook daar ontstonden enthousiasme en consensus. En frustratie dat het hele proces primair over de kennisbasis moest gaan, terwijl de kwaliteit van een (kunstvak)docentenopleiding van zoveel meer afhangt. 

Bredere basis

Het inzicht dat kwaliteitsborging in het hbo een bredere basis behoeft dan toetsing aan de kennisbasis bleek inmiddels in bredere kring te worden onderschreven. In juni stuurde minister Bussemaker het rapport Accreditatiestelsel 3.0 naar de Tweede Kamer, met daarbij een brief. “Voor kwaliteitsborging is het inhoudelijke en open gesprek tussen peers, over wat er goed gaat en wat er beter kan en moet, onmisbaar,” schreef de minister. “Evaluaties worden in gezamenlijkheid georganiseerd,” in “een vorm die recht doet aan het eigenaarschap van de professional.” Dat was exact waar we mee bezig waren en was voor ons een enorme stimulans. Parallel daaraan bleken we 10voordeleraar te kunnen vinden op een gezamenlijk belang om optimaal bij te dragen aan de ontwikkeling  van docentenopleidingen. 10voordeleraar had oog voor de eigenheid van onze opleidingen en was inmiddels overtuigd van onze kwaliteitsgerichte intenties; zij gaven ons een opening om de gegeven methodiek veel meer af te stemmen op onze visie en behoeften. In een hogedrukpan-achtige dag, met vier docenten vanuit de vier disciplines, zijn we hier gretig mee aan de slag gegaan. We hebben een vernieuwde methodiek ontworpen die vlot de goedkeuring verkreeg van het KVDO (de koepel van kunstvakdocentenopleidingen) en de Raad voor Kwaliteitsborging van 10voordeleraar. Zo hadden de pilots veel vrucht afgeworpen en in september 2015 konden we echt van start. 

Eigen aanpak

De oorspronkelijke methodiek ging uit van ontmoetingen van twee peers. Wij werken met drie opleidingen tegelijk aan tafel, ieder vertegenwoordigd door drie à vier docenten of studieleiders. Dat is duurder, maar maakt het gesprek aanzienlijk veelzijdiger en de impact op de opleidingen groter. Elk jaar staat een wisselende opleidingscompetentie centraal: bijvoorbeeld de artistieke competentie of de kritisch-reflectieve. De opleidingen zetten uiterlijk twee weken voor de peerreview-casussen op papier van zaken die ze binnen die competentie willen verbeteren. Daarin wordt waar relevant de relatie met de kennisbasis gelegd. Door de casuïstiek vooraf van elkaar te lezen, kunnen de kritische vragen van de peers tijdens de review zelf de diepte ingaan. Bovendien horen we van docenten dat het kiezen en uitwerken van de eigen casuïstiek op zich al leerzaam is, en verbindend werkt tussen hun collega-docenten en studieonderdelen.  

Tijdens de review worden kernachtige vragen gesteld, dilemma’s besproken, tips gegeven. De uitwisseling is soms heel praktisch: ‘Die leermomenten in het project laten wij studenten gewoon met hun mobieltje opnemen en uploaden’. Soms juist diep, zelfs filosofisch. Dankzij de uitgebreide pilotfase is er nu voldoende veiligheid om open te durven zijn. De herkenning is groot, en tegelijkertijd zijn de achterliggende opleidingsvisies voldoende ‘anders’ om nieuwe ramen voor elkaar open te zetten. ‘Inspirerend, zet fundamentele keuzes ter discussie,’ zegt een deelnemende studieleider bij Docent Theater. ‘Het gesprek hielp ons om onder de loep te nemen waarom en hoe we doen wat we doen. En hoe het misschien nog beter zou kunnen.’ 

Opbrengsten

Nu, februari 2016, hebben alle 28 deelnemende opleidingen met in totaal 80 docenten en studieleiders hun eerste echte peerreview ronde achter de rug. Alle deelnemende docenten zijn enthousiast. In de evaluaties hebben alle opleidingen aangegeven op welke manier ze het geleerde in hun opleiding gaan implementeren. Over een paar maanden monitoren we de voortgang en in het najaar vindt de tweede ronde plaats. 

Heeft het lang geduurd om hier te komen? Ja, in sommige gevallen een jaar. Maar door het pad dat we gelopen hebben is de duurzaamheid van het ontwikkelde systeem groot: er is eigenaarschap ontstaan bij de mensen om wie het gaat, de docenten. Ze merken dat het werkt, dat ‘het project peerreview’ niet de zoveelste papieren tijger is, maar over de inhoud van hun vak gaat. "Dit wil ik over twee weken weer," verzucht een docent Kunsttheorie aan het eind van de dag. 

De managers achter de docenten zien, minimaal, dat de kosten opwegen tegen de baten. De kosten worden deels ten laste gebracht van professionalisering, deels van kwaliteitszorg. De kwaliteitszorgmedewerkers zijn aangehaakt om de jaarlijkse peerreviews optimaal te verbinden met het interne kwaliteitssysteem. In veel gevallen zijn ze persoonlijk betrokken geweest bij de voorbereiding en verslaglegging van de peerreviews.  

De opleidingen Docent Muziek maken de komende maanden voor het eerst een clustervisitatie mee. Daarin gebruiken ze het proces en de aandachtspunten uit de peerreview om aan te tonen dat ze collectief verantwoordelijkheid nemen voor de ontwikkeling van hun sector. Het is spannend om te zien of de visitatiecommissie dit op waarde gaat schatten, in plaats van oude concurrentie aanwakkert. 

Voor opleidingen zoals Docent Euritmie (Dans) in Leiden, met in totaal vijftien studenten en vooral zzp-ers als docent, is het een hele belasting om aan de peerreviews mee te doen. Maar ook daar meldde de studieleider na afloop van de eerste review-dag: “Dit is super, dit moeten we blijven doen!”

Lees ook het artikel Kennisbasis in de kunsten op ScienceGuide.

Dit artikel mag gratis worden verspreid onder naamsvermelding en zonder het werk aan te passen. Kijk voor meer informatie over Eva van der Molen op www.molenmolen.nl.

PeerreviewGuest User